Rule Britannia? Niet altijd.
De Britse Royal Navy heeft een teleurstellende aantal vliegtuigen gehad die te langzaam, te gevaarlijk, te laat of te duur waren. Of soms zelfs alle vier tegelijk.
De marine was niet tevreden met alleen het produceren van hun eigen doodskisten, maar nam ook afdankertjes van de RAF over en kocht af en toe een Amerikaanse tegenvaller.
10: Parnall Peto

De Peto was op zijn eigen manier een uitstekend vliegtuigje, maar het was de verwezenlijking van een verschrikkelijk idee. Tragisch genoeg kostte één enkel vliegtuig (van de twee die werden gebouwd) 60 personeelsleden van de Royal Navy het leven.
De Peto was ontworpen om als verkenningsvliegtuig voor een onderzeeër te dienen. De Franse, Duitse, Amerikaanse en Japanse marine speelden ook met dit idee, maar alleen Japan pakte het serieus en succesvol aan.
10: Parnall Peto

De Peto was om voor de hand liggende redenen een kleine machine, had inklapbare vleugels en stond opgesteld in een waterdichte hangar vóór de commandotoren. De bemanning van de M2-onderzeeër waarin het toestel zich bevond, probeerde ijverig het toestel zo snel mogelijk te laten opstijgen na het boven water komen van de M2.
Waarschijnlijk iets te ijverig, zo bleek. Getuigen op een passerend schip, die niet doorhadden dat er iets mis was, zagen de M2 even boven water komen en daarna voorgoed tenonder gaan. Toen het wrak werd ontdekt, bleken de deuren van de hangar open te staan: in hun haast om de Peto te lanceren waren de deuren te vroeg geopend, waardoor de hangar vol met water liep. Hierdoor werden de M2, de Peto en zestig matrozen naar de bodem van de zee meegesleurd.
9: Curtiss Seamew

Veel van de beste vliegtuigen die de Royal Navy tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte, waren van Amerikaanse makelij met types als de Wildcat, Corsair en Avenger. De meeste waren erg goed, maar sommige ook niet, zoals de afschuwelijke Curtiss Seamew.
Er werden er 250 toegewezen voor Brits gebruik maar er werden er slechts 100 geleverd voordat de Royal Navy weigerde er nog meer af te nemen en verstandig genoeg eiste om in plaats daaran Vought Kingfishers te krijgen.
9: Curtiss Seamew

Een concurrerend ontwerp van Vought werd eigenlijk superieur bevonden, maar Vought had het druk met de Corsair. Curtiss had wel reservecapaciteit, en dus werd de Seamew in productie genomen. Uiteindelijk werd een verrassend groot totaal van 795 van deze onaangename vliegtuigen geproduceerd.
Het bleek dat de Seamew langzaam was, maar ook gevaarlijk. Zijn hoofdbrandstoftank kon 1364 liter bevatten, maar hij kon niet opstijgen met meer dan 364 liter. De motor was gevoelig voor storingen, maar zelfs als die perfect werkte had het toestel nog andere vervelende eigenschappen. Piloot Lettice Curtiss zei dat "het mogelijk was om op te stijgen op een manier die het onmogelijk maakte om het vliegtuig onder controle te houden".
8: Supermarine Seafire Mk XV

De ervaring van de Spitfire op zee was geen gelukkige. Eenmaal in de lucht had de zeeversie van de Spitfire alle kwaliteiten die van de gewone Spitfire zo'n succesvol en populair jachtvliegtuig hadden gemaakt. Het toestel bleek echter te delicaat om vanaf een vliegdek te opereren.
















Add your comment